KFPS Royal Friesian

Een functioneel en harmonisch gebouwd gebruikspaard in het bezit van de Friese raskenmerken, dat gezond en vitaal is en aanleg heeft om in de sport te presteren. Het fokdoel bestaat uit diverse componenten die onderverdeeld kunnen worden in:
1) Exterieur & Beweging,
2) Gebruik
3) Vitaliteit en Gezondheid.

 

De onderdelen van deze componenten worden in het fokprogramma vertaald in selectiecriteria. Het hier beschreven fokdoel moet gezien worden als de omschrijving van de kenmerken van het ras, als bedoeld in beschikking 92/353/EEG, pint 3, onderdeel b), tweede gedachtenstreepje van de bijlage.

 

1. Exterieur & beweging

Raseigenschappen
Algemeen
Een paard dat door zijn karakteristieke front, royaal behang, de zwarte kleur en ruime verheven gangen (knie-actie) een luxe en fiere verschijning is.
Hoofd
Een klein sprekend, edel hoofd, waarbij de ogen ver uit elkaar staan. Het neusbeen is bij voorkeur iets hol. Ruime neusgaten. De kaken zijn licht en de mondspleet is lang. De ogen groot en helder. De kleine attente oortjes neigen licht naar elkaar.
Hals
De lange hals en nek vormen gezamenlijk een licht naar boven gebogen lijn. De hals vertoont veel oprichting.
Behang
Het Friese paard heeft een royale beharing in de vorm van manen, staart en onderbenen (sokken).
Kleur
De haarkleur is gitzwart. Witte aftekeningen aan het hoofd zijn toegestaan, mits niet groter dan 3,2 cm en niet gelokaliseerd beneden de ooglijn. Witte aftekeningen elders op het lichaam van het paard zijn niet toegestaan.

Bouw
Algemeen
Een harmonieus, functioneel, evenredig, en opwaarts gebouwd paard met een lang voorbeen en niet te zwaar qua massa. Het paard staat in een rechthoeksmodel, waar bij de verhouding van voor-, midden- en achterhand, 1:1:1 is.
Hoofd-halsverbinding
a. Nek
De nek is lang (handbreedte) met een vloeiende overgang naar de hals.
b. De keeluitsnijding
De keeluitsnijding heeft een open onderlijn met ruimte bij de keelgang.
Hals
De hals is lang, met een goede bovenbespiering, waardoor er een lichte welving ontstaat. De hals komt hoog uit de borst en heeft een vloeiende aansluiting met de schoft.
Schouder
De schouder is lang en schuin geplaatst. (In een hoek met de horizontale lijn tussen de 45 en 50 graden). De hoek in het boeggewricht is minimaal 90 graden.
Ribben
De ribben zijn lang en gewelfd.
Schoft
De hoge schoft loopt vloeiend door in de rug.
Rug
De rug is sterk en bespierd (niet strak en niet week). De rug heeft een vloeiende aansluiting naar schoft en lendenen. De lengte van de rug is in verhouding met de lengte van voor- en achterhand.
Lendenen
De lendenen zijn sterk (niet gedreven of gezonken), breed en bespierd, met een vloeiende overgang naar het kruis.
Kruis
Het kruis is lang (gemeten tussen de verticale lijnen van heup- en zitbeenknobbel), licht hellend en bespierd.
Broekspier
De broekspier is lang en ontwikkeld.
Beenwerk
De voorbenen zijn van de voorkant gezien loodrecht geplaatst met een hoefbreedte tussenruimte. Van opzij gezien, tot en met de kogels is het voorbeen loodrecht gesteld. De onderarm en de pijp zijn lang. De kogels zijn van opzij gezien ovaal en droog. Het achterbeen is van achteren gezien recht gesteld (parallel). Van opzij gezien is de hoek in het spronggewricht tussen de 145 en 150 graden. De schenkel is goed bespierd. Het spronggewricht is droog, hard en goed ontwikkeld (breed en diep). De kogels zijn van opzij gezien ovaal en droog. De koten zijn lang en verend. De voorkoot heeft een hoek met de bodem van 45 tot 50 graden. De achterkoot maakt een hoek met de bodem van 50 tot 55 graden. De hoeven zijn royaal en goed gevormd, gaaf en passend bij het paard. De hoeven zijn voor breder dan achter.

Beweging
Stap
De stap is ruim en in een zuivere 4-tact. De benen zijn in stap van voor en achter gezien recht gesteld. Het achterbeen vertoont buiging in het spronggewricht en wordt krachtig en ruim onder lichaam geplaatst. Het achterbeen verdrijft het voorbeen, wat ruim wordt weggezet met veel schoudervrijheid.
Draf
De draf is een zuivere 2-tact. Het achterbeen wordt krachtig en ruim onder het lichaam geplaatst en toont daarbij veel buiging in het spronggewricht. Het voorbeen vertoont knieactie en wordt ruim naar voren geplaatst. De draf wordt gekenmerkt door souplesse en een lang zweefmoment. Het paard vertoont daarbij veel balans en rijst in de voorhand, waarbij de hals verheven is. Van voor en achter gezien moeten de benen recht gesteld zijn.
Galop
De galop is een zuivere 3-tact. De galop is ruim met een vooruitgrijpend voorbeen en een dragend binnenbeen. De galop is opwaarts en vertoont een lang zweefmoment, veel souplesse en balans.

2. Gebruik
Het gebruiksdoel van het Friese paard varieert van recreatief gebruik tot deelname tot in de hoogste klassen in de competitiesport. De disciplines waarin het Friese paard wordt uitgebracht zijn:

- Tuigpaardensport
- Dressuur onder het zadel
- Mensport
- Samengestelde wedstrijdsport
- Endurance
De doelstelling is om de aanleg voor sport in al z’n aspecten te verbeteren. Voorwaarde hierbij is dat het gemakkelijke karakter van het Friese paard behouden blijft, waardoor het Friese paard bij uitstek een geschikt paard blijft voor recreatief gebruik. Het Friese paard is qua gebruik een veelzijdig paard. Dit betekent niet dat aanleg voor alle disciplines in dezelfde mate bij alle paarden aanwezig dient te zijn. Binnen het fokdoel is ruimte voor specialisatie, zonder dat dit leidt tot een typenfokkerij. De fokdoelbeschrijving ten aanzien van exterieur en beweging zijn universeel voor alle gebruiksdisciplines. De (meer)waarde van het Friese paard in de sport bestaat uit de combinatie van de volgende eigenschappen:
- Gemakkelijk te gebruiken en te bewerken
- Leergierig en intelligent
- Imposant en elegant
- Veelzijdig
Om de positie van het Friese paard in de sport te verbeteren worden hoge eisen gesteld aan de volgende kenmerken, die gezamenlijk de sportaanleg bepalen:
- Beweging
- Exterieur (bouw)
- Uithoudingsvermogen
- Karakter (werkwillig en sociaal)
- Duurzaamheid
- Gezondheid
Zie ook sportdoel

3. Vitaliteit en gezondheid:
In de fokkerij van Friese paarden worden hoge eisen gesteld aan de volgende kenmerken die gezamenlijk bepalend zijn voor de vitaliteit en gezondheid:
geen erfelijke afwijkingen, vruchtbaarheid (hengsten en merries) en vitaliteit (duurzaam en gezond).