KFPS Royal Friesian

Nieuws

Analyse aangewezen CO-hengsten

25/01/2019

Tijdens de derde bezichtiging van de Hengstenkeuring werd een recordaantal hengsten aangewezen voor het Centraal onderzoek: 41 stuks. Een veel gestelde vraag tijdens de Hengstenkeuring was, of de jury de lat voor aanwijzing heeft verlaagd of dat we te maken hebben met een uitzonderlijke lichting jonge hengsten. Een analyse.

Directe selectie op het fokdoel
Op voorhand was eigenlijk al duidelijk dat het aantal CO-hengsten dit jaar hoger dan gemiddeld zou zijn. Van de 102 voor de tweede bezichtiging aangewezen hengsten, voldeden er 90 aan de eisen voor spermakwaliteit en röntgenologisch onderzoek. Slechts 12 hengsten vielen af en dat is veel minder dan andere jaren. Daarbij was er bij de betere hengsten op basis van hun afstamming en presentatie tijdens de eerste bezichtiging weinig sprake van de zogenaamde nevenbevindingen van het röntgenologisch onderzoek. Dit gegeven zorgde ervoor dat er een ruime groep interessante jonge hengsten overbleef voor de jury om er tijdens de tweede- en derde bezichtiging een selectie te maken.
Dit neemt niet weg dat het ruimer aanwijzen ook in lijn is met de recente discussie die er binnen het KFPS heeft plaatsgevonden ten aanzien van de hengstenselectie. Wel vaker is vastgesteld, dat het voorspellen van sportaanleg op basis van vrij bewegen en bewegen aan de hand een ‘kwetsbaar’ aspect is van de hengstenselectie. Beloftevolle hengsten tijdens de tweede- en derde bezichtiging vallen nog wel eens tegen, terwijl de betere paarden onder het zadel of aangespannen soms uit onverwachte hoek komen. Aanleiding om meer hengsten aan te wijzen en bijvoorbeeld de instructiedagen meer te benutten om de meest talentrijke paarden deel te laten nemen aan het Centraal onderzoek. Meer selecteren op het fokdoel zelf, dus aanleg onder het zadel en aangespannen in plaats van selecteren op basis van de onbelaste beweging.

Kwaliteit
Blijft de vraag hoe deze grote groep hengsten zich in kwalitatieve zin verhoudt tot voorgaande jaren. Uit de tabel blijkt, dat ondanks er ten opzichte van vorig jaar 16 hengsten meer zijn aangewezen, de hengsten gemiddeld een exterieurfokwaarde van een vol punt hoger hebben in vergelijking met vorig jaar. Te zien is dat de hengsten voor alle vijf de onderbalkkenmerken hoger uitkomen dan de voorgaande jaren. Dit is deels te danken aan de prima kwaliteit van de zonen van de eerste-lichting hengsten, Jehannes 484 en Jouwe 485. Vorig jaar was de oogst uit deze debutanten-groep juist vrij gering. Met 9 aangewezen hengsten is het resultaat van Jehannes 484 zelfs ongeëvenaard. Een definitieve analyse kan overigens niet eerder dan na het CO gemaakt worden.
Opvallend is dat de dit jaar aangewezen hengsten 2 cm kleiner zijn dan vorig jaar. Dit is deels te verklaren met het feit dat er relatief minder oudere hengsten aangewezen zijn. Vorig jaar waren 9 van de 25 hengsten 4 jaar en ouder. Nu waren dat er 9 van de 41.
Hoe dan ook, er mag gesteld worden dat deze lichting jonge hengsten een uitgesproken sterke lichting is.

17 verschillende vaders
Jehannes 484 druk met 9 zonen een nadrukkelijk stempel op de aangewezen groep hengsten. Z’n vader volgt met 5 zonen, terwijl de andere nieuwkomer, Jouwe 485, eveneens met 5 zonen ook prima vertegenwoordigd is. Desondanks kent de groep met 17 verschillende vaders veel variatie. Bij de moedersvaders is de variatie met 23 verschillende vaderdieren nog wat groter. Doaitsen 420 en Beart 411 zijn hier het invloedrijkst met 6 resp. 5 kleinzonen van moederskant.

Verwantschap
Het verwantschapspercentage van de hengsten is een belangrijk selectiecriterium. In de praktijk betekent dit, dat laagverwante hengsten bij de selectie een streepje voor hebben. Andersom is niet het geval. Het is overigens niet zo dat hengsten met een hoger verwantschapspercentage dan gemiddeld, minder kansen krijgen. Dat de jury rekening houdt met verwantschap mag blijken uit het eindresultaat. De 41 aangewezen hengsten hebben een verwantschapspercentage van 17.8%. Dat is exact gelijk aan het gemiddelde van alle 300 voor de eerste bezichtiging aangewezen hengsten. Zou er geen rekening gehouden zijn met het verwantschap, dan zou het gemiddelde verwantschapspercentage van de voor het CO aangewezen hengsten hoger liggen dan het gemiddelde van alle voor de eerste bezichtiging aangemelde hengsten. Het laagst verwant zijn de zonen van vader Fabe 348 en zoon Alke 468 met beide twee aangewezen zonen. Een aantal andere hengsten met een lage verwantschap danken dit aan de bloedopbouw van hun moederlijn. Zoals gezegd speelt verwantschap alleen een (positieve) rol in het geval een hengst een laag verwantschap heeft en zijn de kansen voor selectie van hoogverwante hengsten niet kleiner. Uiteraard is het wel zo, dat hoogverwante hengsten bij een kleinere groep merries ingezet kan worden, mochten ze goedgekeurd worden. Hengsten (met een kort generatie-interval) die bijvoorbeeld én Tsjalle 454 én Norbert 444 én Beart 411 in de stamboom zullen bij een relatief groot aantal fokmerries niet ingezet kunnen worden. In dergelijke gevallen is het te berekenen inteeltpercentage van een beoogde paring , de wal die het schip keert.

overzicht aangewezen hengsten