KFPS Royal Friesian
Jaarplan fokkerijraad 2017/2018

 

 
 

 

Onderwerp

Planning

Aangeboren aandoeningen/Genomics

 

Aangeboren aandoeningen

Nadat de DNA-(merkertest) voor waterhoofd en dwerg in gebruik zijn genomen, is in 2014 genetisch onderzoek gestart voor Megaoesophagus, Aortaruptuur en Staart- en maneneczeem. De eerste onderzoeken zijn eind 2015 afgerond en hebben nog niet tot een toepasbare test gerealiseerd. Op basis van een GWAS (genomic-wide association) is vastgesteld dat Megaoesophagus en aortaruptuur niet een monogenetische wijze van overerving kennen. Een GWAS voor staart- en maneneczeem op basis van een groot aantal leiders en controledieren heeft wel tot een markerpanel geleid, maar deze verklaard nu nog niet voldoende de genetische variatie, om te komen tot voldoende betrouwbare (genetische) fokwaarden. Momenteel wordt nagedacht over vervolgonderzoek.  

 

Genomic selection

Genomics is een uitstekend instrument om te selecteren tegen aangeboren aandoeningen. De FR zal zich het komende seizoen oriënteren hoe genomics ook voor kenmerken als exterieur, sportaanleg en karakter toegepast kan worden en welke consequenties dit heeft voor het fokprogramma.

 

 

2017-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2017-

 

Vruchtbaarheid

Spermakwaliteit

Bij Utrecht Universiteit is 2016 een onderzoek uitgezet naar het bevruchtend vermogen van spermacellen met een afwijkende kopkap. Op basis hiervan zou de beoordeling van spermakwaliteit (tbv de hengstenselectie) mogelijk herzien kunnen worden. De resultaten hebben geen duidelijk verband opgeleverd tussen het percentage spermacellen met kopkapafwijkingen en het percentage spermacellen dat in staat is tot een acrosoomreactie (in vitro). De discussie is, hoe deze resultaten geïnterpreteerd dienen te worden en hoe deze omgezet moeten worden in relatie tot het selectiebeleid.

 

 

 

 

2017-2018

Uithoudingsvermogen

Het een aantal jaren terug uitgevoerde onderzoek naar uithoudingsvermogen op basis van hartslag- en lactaatmeting, heeft niet geleid tot een bruikbare selectieprocedure. De FR kijkt alternatieven, om te komen tot parameters waarvoor geselecteerd kan worden.

 

 

Röntgenologisch onderzoek

In 2017 is het beleid ten aanzien RO zal door de Fokkerijraad opnieuw tegen het licht gehouden worden. De vraag is of het huidige selectiebeleid tav OC(D) voldoende effectief is en er zal gekeken worden naar een alternatieve benadering. Gekeken wordt ondermeer aan een nakomelingenonderzoek.
Berekend is, inmiddels, dat een nakomelingenonderzoek (n=30) zal leiden tot een verhoging van de selectierespons van 30%. Gewerkt wordt aan een voorstel voor de inrichting van een nakomelingenonderzoek, hetgeen enerzijds moet leiden tot fokwaarden en anderzijds tot de opbouw van een referentiepopulatie tbv een toekomstige genoomselectie.

 

Een evaluatie ten aanzien van de selectie tegen verbening van hoefkraakbeen heeft ertoe geleid, dat de terughoudendheid voor het aanwijzen/goedkeuren van hengsten met verbening gehandhaafd blijft. De jury heeft tevens de mogelijkheid om voor het Centraal onderzoek aangewezen hengsten met een (lichte vorm van) verbening voorafgaand aan het verrichtingsonderzoek opnieuw te laten onderzoeken om een beeld te vormen over de progressie en dit in de beoordeling mee te nemen.

 

2017-2018

Karakter

Vastgesteld is dat er te weinig informatie beschikbaar is over de vererving van karakter van de KFPS-hengsten. Vanaf 2013 worden de ABFP-paarden en de CO-hengsten gescoord voor 18 karakter-gerelateerde kenmerken. De kenmerken kunnen grofweg in tweeën worden opgedeeld, kenmerken die te maken hebben met de betrouwbaarheid van de paarden en kenmerken die verband houden met de trainbaarheid. Een analyse in 2016 heeft opgeleverd, dat de kenmerken binnen de twee groepen sterk met elkaar gecorreleerd zijn. Daarnaast is een ligt negatieve correlatie vastgesteld tussen de twee groepen. Dit zou inhouden, dat het selecteren voor een sportgerelateerd karakter, in geringe mate leidt tot een verlies aan betrouwbaarheid. Uiteindelijk is het de bedoeling dat fokwaarden voor de karakterkenmerken geschat gaan worden. Hiervoor moet van 1200 paarden informatie verzameld zijn. Einde 2016 was de helft gerealiseerd.

 

2013-

Digitale bewegingsanalyse

De FR bekijkt systemen die kunnen bijdragen tot een objectieve meting van bewegingseigenschappen, welke verschillende stadia van keuringen en selectie toegepast kunnen worden.

 

 

Inteelt

Het fokkerijbeleid heeft ertoe geleid dat de inteelt binnen de populatie Friese paarden, beneden de daarvoor geldende norm blijft. Het monitoren van inteelt en het finetunen van het beleid blijft desondanks van groot belang. De FR houdt zich hiermee bezig.

 

Aan de nageboorte blijven staan (retained placenta)

Bekend is dat het aan de nageboorte blijven staan, bij het Friese paard vaker dan gemiddeld voorkomt. Een hypothese is dat dit een gevolg is van MHC-compatibilteit van merrie en veulen (hetgeen een gevolg is van inteelt). Bij Universiteit Utrecht is een onderzoek uitgezet om te kijken naar de variatie voor HMC op DNA-niveau. Dit zal inzicht geven, of de hypothese juist is. Een toepassingsmogelijkheid zou kunnen zijn, dat met het maken van gerichte paringen de kans op het aan de nageboorte blijven staan, verkleind kan worden.

2017-2018

Selectie voor duurzaamheid

Duurzaamheid is mede erfelijk bepaald. Het is lastig om hiervoor te selecteren. Het melden van overlijden gebeurd behoorlijk onvolledig. Bovendien komt deze informatie als mosterd na de maaltijd. Gekeken zal worden of het mogelijk is, te werken met survival rates en gecorreleerde kenmerken, om verschillen in vererving van duurzaamheid tussen hengsten in beeld te kunnen brengen

2017-