KFPS Royal Friesian

Hippisch dopingreglement KFPS

   

Inhoudsopgave
Artikel  1. Reglement en Dopinglijst
Artikel  2. Strafbaarheid doping
Artikel  3. Verplichtingen van leden
Artikel  4. Dopingadviescommissie
Artikel  5. Controlerend dierenarts
Artikel  6. Controlelocatie
Artikel  7. Aanwijzing voor dopingcontrole
Artikel  8. Dopingcontrole
Artikel  9. Onderzoek laboratorium
Artikel 10. Uitslag
Artikel 11. Overtreding en straffen
Artikel 12. Aansprakelijkheid

 

Artikel 1 – Reglement en dopinglijst
1. Dit reglement wordt vastgesteld en gewijzigd door de Algemene Ledenvergadering respectievelijk – wanneer deze is ingesteld – de ledenraad. Dit reglement heeft ten doel zowel de gezondheid als het welzijn van paarden te bevorderen, alsmede te bevorderen dat paarden zich op evenementen zoveel mogelijk onder gelijkwaardige omstandigheden met elkaar kunnen meten, zonder dat tijdens het evenement de door het paard te verrichten prestatie op enigerlei wijze kunstmatig wordt of kan worden beïnvloed door het gebruik of de toediening van een verboden stof.
2. De dopinglijst, waarop de verboden stoffen zijn vermeld, vormt een onderdeel van dit reglement. Onder een verboden stof, zoals in de vorige zin bedoeld, worden in dit reglement zowel begrepen stoffen als methoden en technieken.
3. Het KFPS hanteert de lijst van verboden stoffen (‘dopinglijst’) van de Fédération Equestre Internationale (FEI) zoals die op de website van de FEI (www.horsesport.org) is gepubliceerd. De dopinglijst geldt telkens in zijn laatste versie.
4. De dopinglijst is beschikbaar op het Stamboekkantoor van het KFPS en kan aldaar worden opgevraagd. De dopinglijst is tevens in actuele vorm kenbaar via de website van de FEI en van het KFPS. De dopinglijst wordt voor de eerste maal in de officiële mededelingen van het KFPS gepubliceerd, alsmede na elke wijziging.
5. Dit reglement en de van toepassing verklaarde dopinglijst zijn van toepassing op alle leden van het KFPS.
6. Alle leden worden geacht bekend te zijn met dit reglement en met de toepasselijke dopinglijst. Op hen rust de verplichting zich blijvend te vergewissen van de actuele dopinglijst. Een beroep op de onbekendheid met de dopinglijst en/of met de daarop vermelde stoffen is niet mogelijk. 
7. Als ‘betrokkene’ wordt in dit reglement aangeduid het lid dat eigenaar is van een paard dat aan een dopingcontrole is onderworpen en wiens paard na expertise van het afgenomen monster ‘positief’ is gebleken, d.w.z. een verboden stof bevatte.
8. Als eigenaar in de zin van dit reglement wordt aangemerkt het lid dat het desbetreffende paard voor deelname aan het evenement, waarop de dopingcontrole plaatsvindt, heeft opgegeven. Indien tussen de datum van opgave voor het evenement en de datum van het evenement het opgegeven paard wordt verkocht, dient de oude eigenaar het paard voor het evenement terug te trekken en de nieuwe eigenaar alsnog het paard voor het evenement in te schrijven. Alsdan geldt de nieuwe eigenaar als degene die het paard voor het evenement heeft opgegeven.
9. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het algemeen bestuur.

 

Artikel 2 – Strafbaarheid doping
1. Het gebruik of het toedienen van een op de dopinglijst vermelde (groepen van) stoffen is verboden. Overtreding van dit verbod levert een overtreding van dit reglement op en kan met inachtneming van dit reglement en het Tuchtreglement worden bestraft.
2. Is een stof verboden verklaard vanaf de vermelde drempelwaarde, dan is er eerst sprake van een overtreding zodra die drempelwaarde is overschreden.
3. Het is verboden aan een evenement deel te nemen met een paard in wiens lichaam zich een verboden stof bevindt. Het enkele feit dat na een dopingcontrole een verboden stof in het lichaam van het paard wordt aangetroffen levert een overtreding van dit reglement op.
4. Een overtreding is strafbaar indien en zodra door middel van de expertise en – wanneer van toepassing – na de contra-expertise de aanwezigheid van een verboden stof, zonodig in de verboden hoeveelheid of concentratie, wordt vastgesteld.
5. De strafbaarheid wordt niet opgeheven wanneer het verboden stof door een derde, al dan niet in het kader van de verzorging, training of een diergeneeskundige behandeling, is toegediend dan wel wanneer het verboden stof zich in het voer bevond of op een andere wijze in het lichaam van het paard terecht is gekomen.
6. De eigenaar is als lid te allen tijde verantwoordelijk voor het al dan niet aanwezig zijn van een verboden stof in het lichaam van het paard. De eigenaar is ook verantwoordelijk in het geval hij niet bij een dopingcontrole aanwezig is en aldaar wordt vertegenwoordigd en voorts in alle andere gevallen dat de eigenaar op de aanwezigheid van een verboden stof geen enkele invloed heeft kunnen uitoefenen. Voor de eigenaar geldt in deze een risicoaansprakelijkheid.
7. De verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid van de eigenaar is één en ondeelbaar in het geval er meer eigenaren van het desbetreffende paard zijn. De verplichtingen uit hoofde van dit reglement rusten dan op alle eigenaren gezamenlijk, terwijl zij ook gezamenlijk het risico dragen van een overtreding van dit reglement 
8. De betrokkene is niet alleen strafbaar indien de aanwezigheid van een verboden stof wordt geconstateerd, maar ook wanneer een andere bepaling van dit reglement wordt overtreden, hetzij doordat de betrokkene niet, niet juist of niet tijdig op de voorgeschreven wijze medewerking verleent, hetzij wanneer de betrokkene nalatig blijft. De betrokkene is in dit verband ook verantwoordelijk voor het handelen of nalaten van derden.
9. Voorts is strafbaar het uitlokken, het medeplegen, het doen plegen of de medeplichtigheid aan een overtreding van dit reglement.
10. De strafbaarheid, zoals in dit artikel bedoeld, geldt zowel de betrokkene als diens paard. De tuchtrechtelijke organen van het KFPS bepalen in geval van strafbaarheid aan wie welke straf wordt opgelegd. Het Tuchtreglement van het KFPS is van toepassing.

 

Artikel 3 – Verplichtingen van leden
1. Het lid is verplicht diens voor een dopingcontrole aangewezen paard op het opgegeven tijdstip en de opgegeven locatie de dopingcontrole te doen ondergaan en daarbij bloed, urine of haren, te doen afnemen. De dopingcontrole kan tijdens en buiten evenementen en in binnen- en in buitenland worden gehouden.
2. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing indien de controlerend dierenarts beslist dat het aangewezen paard op grond van artikel 8 lid 2 de dopingcontrole niet behoeft te ondergaan.
3. Het lid is verplicht ter zake van de dopingcontrole tijdig en volledig alle verlangde medewerking te verlenen en daartoe zelf ter plaatse aanwezig te zijn, of zich ter plaatse te doen vertegenwoordigen door iemand van ten minste achttien jaar. Indien het lid noch een door deze aangewezen vertegenwoordiger ter plaatse aanwezig is, vindt bij het aangewezen paard geen dopingcontrole plaats en wordt deze overtreding bestraft met een boete van € 10.000,-. Het aangewezen paard mag nadien niet meer aan enig evenement deelnemen alvorens weer aangewezen te zijn voor een dopingcontrole en die dopingcontrole volledig te hebben ondergaan.
4. Het lid (of diens vertegenwoordiger) is verplicht vóór, tijdens en na de dopingcontrole diens paard te identificeren door het overleggen van het paardenpaspoort of het doen uitlezen van een in het paard ingebrachte chip. Indien het paard niet op de voorgeschreven wijze kan worden geïdentificeerd of in geval van twijfel over de identiteit van het aangewezen paard is het algemeen bestuur bevoegd voor rekening van het lid een DNA-onderzoek te doen uitvoeren.
5. Het lid is verplicht op de controlelocatie zichzelf te legitimeren aan de hand van zijn paspoort, rijbewijs of identiteitsbewijs. In geval van vertegenwoordiging is de vertegenwoordiger gehouden zich te legitimeren.  
6. Het lid is verantwoordelijk voor het nakomen van de in dit reglement aan hem opgelegde verplichtingen. Waar in dit reglement is toegestaan dat een vertegenwoordiger een verplichting namens het lid kan nakomen, is en blijft het lid volledig verantwoordelijk voor de wijze waarop de verplichting wordt nagekomen of niet wordt nagekomen. Het lid is gehouden zijn vertegenwoordiger tijdig en volledig te informeren over de krachtens dit reglement op het lid rustende verplichtingen.
7. Indien het lid een rechtspersoon is rusten de in dit reglement vermelde verplichtingen op zowel de rechtspersoon als haar bestuurders en aandeelhouders.

 

Artikel 4 – Dopingadviescommissie
1. Het algemeen bestuur benoemt de leden van de dopingadviescommissie.
2. De leden van de dopingadviescommissie worden benoemd op grond van hun specifieke kennis en ervaring. Leden die aan evenementen deelnemen, dierenartsen die paarden behandelen die aan evenementen deelnemen, controlerende dierenartsen en degenen die direct of indirect betrokken zijn bij aangewezen paarden kunnen geen deel uitmaken van de dopingadviescommissie.
3. De dopingadviescommissie adviseert het algemeen bestuur, de tuchtcommissie en de commissie van beroep in aangelegenheden doping betreffende.
4. Alleen het algemeen bestuur, de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het KFPS alsmede de bij de overheidsrechtspraak betrokken rechters en ambtenaren, kunnen zich tot de dopingadviescommissie wenden. Leden kunnen zich niet tot de dopingadviescommissie wenden.

 

Artikel 5 – Controlerend dierenarts
1. De controlerend dierenarts wordt benoemd door het algemeen bestuur en voor elk evenement aangewezen door de directie. De directie voorziet de controlerend dierenarts van een KFPS-legitimatiebewijs, waarmee hij zich in het kader van een dopingcontrole legitimeert.
2. De controlerend dierenarts dient onafhankelijk te zijn en mag geen direct of indirect belang hebben bij een door hem aan een dopingcontrole onderworpen paard.
3. Een controlerend dierenarts behoeft geen lid te zijn van het KFPS, maar is niet eerder bevoegd dopingcontroles uit te oefenen dan nadat hij een verklaring heeft ondertekend, waarin hij zich onderwerpt aan de statuten, reglementen, waaronder dit reglement, en besluiten van organen van het KFPS. Indien de controlerend dierenarts lid is van het KFPS is hij uit hoofde van diens lidmaatschap gebonden aan voornoemde statuten, reglementen en besluiten.
4. De controlerend dierenarts kan zijn functie niet uitoefenen indien hij in een daaraan voorafgaand jaar in opdracht werkzaam is geweest van het lid wiens paard aangewezen is voor een dopingcontrole.
5. De controlerend dierenarts voert de dopingcontroles uit met in achtneming van het in dit reglement bepaalde.

 

Artikel 6 – Controlelocatie
1. De controlelocatie is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de locatie van het evenement. De controlerend dierarts beschikt over een door de directie te bepalen aantal afnameboxen voor het afnemen van de monsters.
2. Ontbreken bedoelde afnameboxen dan vindt de dopingcontrole doorgang en bepaalt de controlerend dierenarts op welke andere wijze de dopingcontrole kan plaatsvinden.
3. Tot de controlelocatie hebben toegang: de dierenarts en diens assistent, het lid en het aangewezen paard, alsmede degenen die de dierenarts toelaat.
4. Een aangewezen paard mag de dopinglocatie niet eerder verlaten dan nadat het voorgeschreven monster is afgenomen, naar het oordeel van de controlerend dierenarts de dopingcontrole is voltooid en nadat het lid het dopingcontroleformulier heeft ondertekend.
5. Ten aanzien van de in dit artikel opgenomen verplichtingen mag het lid zich doen vertegenwoordigen door een namens het lid handelende vertegenwoordiger. Het bepaalde in artikel 3 lid 6 is dan op het lid van toepassing.

 

Artikel 7 – Aanwijzing voor dopingcontrole
1. Het KFPS is bevoegd tijdens evenementen in binnen- en buitenland dopingcontroles uit te voeren. Indien een evenement meer dagen in beslag neemt kan hetzelfde paard gedurende die dagen meermalen aan een dopingcontrole worden onderworpen.
2. Een lid is verplicht zijn paard aan een dopingcontrole te onderwerpen indien deze daartoe wordt aangewezen. Een lid dat niet zelf bij de dopingcontrole aanwezig noch door zijn vertegenwoordiger vertegenwoordigd is, doet daarmede onherroepelijk afstand van het recht om bezwaar te maken tegen de bij de dopingcontrole gevolgde procedure.
3. Een lid neemt met het aangewezen paard voor eigen rekening en risico deel aan een dopingcontrole en draagt er zorg voor dat hij tegen wettelijke aansprakelijkheid is verzekerd. Het lid vrijwaart de controlerend dierenarts en anderen die behulpzaam zijn bij het houden van een dopingcontrole voor aansprakelijkheid met betrekking tot het aangewezen paard.
4. Het algemeen bestuur bepaalt hoeveel paarden tijdens welk evenement aan een dopingcontrole worden onderworpen. De jury wijst tijdens een evenement de paarden aan die aan een dopingcontrole worden onderworpen en geeft elke aangewezen paard een nummer. De jury doet hiervan mededeling aan de controlerend dierenarts die de desbetreffende dopingcontrole uitoefent.
5. De aanwijzing van paarden geschiedt in beginsel at random. De jury kan hiervan zonder opgave van redenen afwijken en voor een andere methode van aanwijzing kiezen.
6. De jury kan tevens op basis van vermoedens of op aanwijzing van de controlerend dierenarts tijdens een evenement een paard op naam aanwijzen die aan een dopingcontrole wordt onderworpen.
7. De controlerend dierenarts deelt het lid mede dat diens paard voor een dopingcontrole is aangewezen. 
8. Ten aanzien van de in dit artikel opgenomen verplichtingen mag het lid zich doen vertegenwoordigen door een namens het lid handelende vertegenwoordiger. Het bepaalde in artikel 3 lid 6 is dan op het lid van toepassing.

 

Artikel 8 – Dopingcontrole
1. Het paard wordt zo spoedig mogelijk na diens aanwijzing door de controlerend dierenarts aan een dopingcontrole onderworpen. De controlerend dierenarts bepaalt het tijdstip van de dopingcontrole.
2. De controlerend dierenarts kan onder bijzondere omstandigheden besluiten een aangewezen paard niet aan een dopingcontrole te onderwerpen om zwaarwegende redenen van diergeneeskundige aard en bij gevaarlijk gedrag van het paard.
3. Indien een paard tijdens het evenement overlijdt, wordt altijd een dopingcontrole gehouden.
4. Voor het afnemen van monsters wordt gebruik gemaakt van een door het KFPS aan de controlerend dierenarts ter beschikking gestelde verzamelbox. In het bijzijn van het lid wordt de gesloten verzamelbox geopend en worden uitsluitend materialen uit die box gebruikt. De verzegeling van de monsters geschiedt door de controlerend dierenarts in het bijzijn van het lid. 
5. De dopingcontrole wordt uitgevoerd door het afnemen van urine. In gevallen waarin de afname van de vereiste hoeveelheid urine niet binnen een uur na aanvang van de controle is voltooid of waarin het afnemen van urine niet mogelijk is, geschiedt de dopingcontrole door afname van bloed of van haren.
6. De controlerend dierenarts is verantwoordelijk voor de afname van het monster bij het aangewezen paard.
7. De labeling van de monsters geschiedt door de controlerend dierenarts in het bijzijn van het lid.
8. Van het aangewezen paard wordt een A- en een B-monster met urine, bloed of haren afgenomen. De controlerend dierenarts bepaalt de hoeveelheid af te nemen urine, bloed of haren.
9. Het lid beoordeelt of de gebruikte materialen afkomstig zijn uit de in zijn aanwezigheid geopende verzamelbox, dat deze materialen ongebruikt waren, dat de  monsters van zijn paard zijn genomen en dat de monsters in zijn bijzijn zijn verzegeld.
10. Zodra de dopingcontrole is beëindigd wordt het dopingcontroleformulier ondertekend door de controlerend dierenarts en het lid, die daarvan een afschrift ontvangt. Indien zich bij de dopingcontrole een onregelmatigheid heeft voorgedaan, zijn de controlerend dierenarts en het lid verplicht vóór de ondertekening op het dopingcontroleformulier te vermelden welke onregelmatigheid zich heeft voorgedaan en om die vermelding van een toelichting te voorzien. Indien het dopingcontroleformulier deze mededeling niet bevat, heeft de dopingcontrole volgens het lid geheel volgens de voorschriften plaatsgevonden. Het lid kan nadien geen beroep meer doen op enige onregelmatigheid bij de dopingcontrole.
11. Tenzij het KFPS daarvoor zorg draagt, zorgt de controlerend dierenarts na afloop van de dopingcontrole zo spoedig mogelijk voor het transport van de verzamelbox met monsters naar een door de directie opgegeven adres. De controlerend dierenarts rapporteert schriftelijk aan het algemeen bestuur of de dopingcontrole volgens de bepalingen van dit reglement is verlopen. Tevens rapporteert hij over eventuele onregelmatigheden. Hij zendt een doorslag of kopie van het dopingcontroleformulier, zonodig met een aanvullend rapport, binnen vijf dagen na afloop van de dopingcontrole aan de directie.
12. Ten aanzien van de in dit artikel opgenomen verplichtingen mag het lid zich doen vertegenwoordigen door een namens het lid handelende vertegenwoordiger. Het bepaalde in artikel 3 lid 6 is dan op het lid van toepassing.

 

Artikel 9 – Onderzoek laboratorium
1. Het A-monster wordt gebruikt voor de expertise. Het B-monster voor de contra-expertise.
2. De expertise en contra-expertise worden uitgevoerd door een door de FEI ‘listed’ laboratorium waarmee het algemeen bestuur een overeenkomst heeft gesloten. In die overeenkomst wordt onder andere een regeling getroffen voor het tijdsbestek waarbinnen een expertise en een contra-expertise door het laboratorium worden uitgevoerd. Het lid kan niet verlangen dat de expertise of de contra-expertise in een ander laboratorium plaatsvindt.
3. Het laboratorium voert de analyse van de monsters uit op de met het algemeen bestuur overeengekomen wijze.
4. De verzamelbox wordt niet eerder dan in het laboratorium geopend. De functionaris van het laboratorium die de verpakking opent, maakt op het formulier melding van de staat waarin hij de verzamelbox heeft geopend en van het feit dat de verzegeling van het monster al dan niet intact was. Indien de verzamelbox op last van de douane is geopend heeft dit geen ongeldigheid van de dopingcontrole tot gevolg wanneer de verzegeling van de monsters nog in tact is.
5. Indien na opening van de verzamelbox blijkt dat de verzegeling van een monster niet meer in tact is, worden met de monsters van het desbetreffende paard geen expertise en contra-expertise uitgevoerd. Het laboratorium stelt hiervan de directie in kennis die het lid en het algemeen bestuur hierover informeert.
6. De directie deelt de uitslag van de expertise zo spoedig mogelijk schriftelijk aan het lid mede.
7. Indien het onderzochte A-monster een verboden stof bevat en dus positief is bevonden, heeft de betrokkene het recht binnen veertien dagen na de verzenddatum van de in lid 6 bedoelde brief een contra-expertise te verlangen die met het B-monster wordt uitgevoerd, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 10. De contra-expertise geschiedt in hetzelfde laboratorium waar de expertise is gehouden. De contra-expertise wordt uitgevoerd onder leiding van een andere medewerker van het laboratorium.
8. Indien een lid een contra-expertise verlangt, verzoekt de directie het laboratorium datum en tijdstip van de contra-expertise te bepalen, van welke datum en tijdstip de directie schriftelijk mededeling doet aan de betrokkene.
9. Bij de expertise en de contra-expertise zijn behalve medewerkers van het laboratorium de door het algemeen bestuur aangewezen personen aanwezig. Bij een contra-expertise kan tevens een door de betrokkene aangewezen deskundige aanwezig zijn.
10. Indien op enig moment voorafgaand, tijdens of na de analyse door het laboratorium met betrekking tot de analyse of het monster zich een vraag of een probleem voordoet, is het laboratorium, na verkregen opdracht van de directie, gerechtigd een nadere analyse, test en/of onderzoek uit te voeren om de vraag of het probleem te kunnen beantwoorden of op te lossen.
11. De kosten van de expertise komen voor rekening van het KFPS. De kosten van de contra-expertise komen indien de uitslag positief is voor rekening van de betrokkene. Indien de uitslag van de contra-expertise negatief is, komen de kosten van de expertise en van de contra-expertise voor rekening van het KFPS. Indien een nadere analyse, test of onderzoek plaatsvindt, zoals bedoeld in lid 10, komen die kosten voor rekening van degene die daarom heeft verzocht.
12. Een door het laboratorium onderzocht monster wordt gedurende een periode van een half jaar door het laboratorium bewaard en nadien vernietigd.

 

Artikel 10 – Uitslag
1. Het laboratorium deelt de uitslagen van de expertise en contra-expertise schriftelijk aan de directie mede. Het laboratorium vermeldt ten aanzien van elk monster in zijn rapportage de cijfercode van het barcodelabel en de kwalificatie ‘negatief’ of ‘positief’, alsmede geconstateerde bijzonderheden. Indien de kwalificatie ‘positief" luidt, geeft het laboratorium tevens aan welk verboden stof in het monster is aangetroffen en waar nodig ook in welke hoeveelheid en/of concentratie/verhouding, alsmede - waar van toepassing - welke verboden methode is geconstateerd.
2. De directie deelt een positieve uitslag van het laboratorium schriftelijk aan de betrokkene en aan de voorzitter van het algemeen bestuur mede. Indien de uitslag van het monster positief is zendt de directie na ontvangst de van het labora¬torium met betrekking tot het monster ontvangen bescheiden, alsmede een kopie van dit reglement aan de betrokkene.
3. De betrokkene dient het verzoek tot het doen houden van een contra-expertise binnen veertien dagen na dagtekening van de toegezonden uitslag van het A-monster schriftelijk in bij de directie met vermelding van de cijfercode van het barcodelabel van het monster. Het lid deelt tegelijk aan de directie mede of de contra-expertise voor zijn rekening door een door hem aan te wijzen deskundige wordt bijgewoond.
4. Indien het lid niet of niet tijdig om contra-expertise verzoekt geldt de uitslag van het A-monster als definitief.
5. Het verzoek tot contra-expertise bevat tevens het verweer van de betrokkene met vermelding van de cijfercode van de barcodelabel van het monster.
6. Het algemeen bestuur kan zich ter zake van enige uitslag doen voorlichten door de dopingadviescommissie, die kan beschikken over alle in het kader van een dopingcontrole verkregen gegevens.
7. Tot de uitslag van een expertise en contra-expertise worden al die mededelingen van het laboratorium gerekend, welke uiterlijk acht weken na de datum van de betreffende analyse aan het algemeen bestuur worden gedaan, welke termijn op verzoek van het laboratorium met eenzelfde periode kan worden verlengd. Indien het laboratorium - al dan niet vanwege nadere onderzoeken en/of testen - ten aanzien van een onderzocht monster verscheidene mededelingen doet, welke niet eenduidig, mogelijk innerlijk tegenstrijdig dan wel onduidelijk zijn, kan de directie, al dan niet op verzoek van de betrokkene, het laboratorium verzoeken een definitieve uitslag te geven welke met betrekking tot het al dan niet in overtreding zijn voor de betrokkene bepalend is.
8. Het algemeen bestuur is te allen tijde bevoegd aan de leden en aan derden mededeling te doen van de uitslag van een expertise en contra-expertise, van de door het laboratorium geconstateerde verboden stoffen, alsmede van de naam van de betrokkene en van diens paard. De betrokkene kan niet van het algemeen bestuur verlangen dat deze zich terzake van bedoelde mededeling onthoudt van een mededeling omtrent enig onderdeel van de (van het laboratorium verkregen) uitslag.
9. Indien de uitslag van de contra-expertise positief is, is de betrokkene niet (meer) gerechtigd vanaf de datum waarop hem door de directie de uitslag is medegedeeld met het desbetreffende paard aan een voorgenomen of lopend evenement deel te nemen. Indien tijdens de expertise of contra-expertise een evenement eindigt, wordt de uitslag van het evenement niet eerder bepaald dan nadat de uitslag van de expertise -of contra-expertise onherroepelijk is komen vast te staan. Is terzake reeds een tuchtzaak aanhangig dan mag de betrokkene met het desbetreffende paard niet eerder aan een evenement deelnemen, dan nadat in de tuchtzaak onherroepelijk is beslist.

 

Artikel 11 – Overtreding en straffen
1. Indien de uitslag van een monster positief is levert dit een overtreding van dit reglement op.
2. De uitslag van een monster wordt als positief gekwalificeerd, indien:
- de kwalificatie van de contra-expertise positief is;
- de kwalificatie van de expertise positief is en het lid geen verweer voert en/of geen contra-expertise ver¬langt;
- het lid terzake een overtreding van dit reglement erkent;
- het lid enige verplichting die volgens dit reglement op hem rust niet, niet tijdig, niet volledig of niet naar behoren nakomt.
3. Indien de uitslag van de expertise of  - na contra-expertise – de uitslag van de contra-expertise positief is doet de directie daarvan – met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van het Tuchtreglement - aangifte bij de tuchtcommissie. Bedoelde uitslag vormt de aangifte. De uitslag van de contra-expertise of  - indien geen contra-expertise is gehouden – de uitslag van de expertise vormt de aangifte tegen de betrokkene.
4. De tuchtcommissie en de commissie van beroep kunnen zich doen adviseren door de dopingadviescommissie of door een lid van die commissie.
5. Indien er sprake is van een andere overtreding dan van een positief monster kan het algemeen bestuur daarvan aangifte doen bij de tuchtcommissie.
6. De behandeling van een tuchtzaak geschiedt met inachtneming van het Tuchtreglement van het KFPS.
7. In afwijking van het bepaalde in het Tuchtreglement legt de tuchtcommissie onderscheidenlijk de commissie van beroep bij een overtreding van dit reglement één of meer van de navolgende straffen op:
- diskwalificatie van het paard met betrekking tot het evenement waarin het paard ‘positief’ is bevon¬den;
- het vervallen verklaren van een in het desbetreffende evenement aan het paard gegeven kwalificatie of verkregen titel, prijs, onderscheiding, e.d.;
- een aan het lid te geven bevel tot teruggave aan de rechthebbenden van alle terzake van het desbetreffende evenement ontvangen vergoedingen, prijzen en andere onderscheidingen, welk bevel tevens een termijn inhoudt;
- een aantekening in het stamboek of register, waarin het desbetreffende paard is ingeschreven, dat, wanneer en welke overtreding van dit reglement is geconstateerd en wie op dat moment de eigenaar van het desbetreffende paard was;
- een geldboete;
- terugbetaling van alle kosten die het KFPS heeft gemaakt voor het evenement waarin het monster van het desbetreffende paard positief is bevonden en van de kosten die door het KFPS zijn gemaakt in het kader van de tuchtrechtelijke en/of gerechtelijke procedures die op grond van de positieve uitslag door het KFPS dan wel door de betrokkene zijn ingesteld. Als kosten van het evenement worden beschouwd de specifiek voor het desbetreffende paard gemaakte kosten alsmede een evenredig deel van de totale kosten van het desbetreffende evenement. Indien de betrokkene wordt gestraft omdat de uitslag van een monster positief is, wordt de betrokkene altijd in de hier bedoelde kosten veroordeeld.
- uitsluiting van de betrokkene van deelname aan activiteiten van het KFPS, waaronder begrepen deelname aan een evenement en/of aan het verrichtingsonderzoek;
- uitsluiting van de betrokkene van deelname aan overige activiteiten van het KFPS  voor de duur van een door de tuchtcommissie of commissie van beroep te bepalen termijn. Er kan geen straf worden opgelegd waarbij het desbetreffende paard voor een bepaalde duur wordt uitgesloten van deelname aan een evenement, met dien verstande dat die uitsluiting wel geldt voor de duur dat naar het oordeel van de dopingadviescommissie het verboden stof zich nog in het lichaam van het paard bevindt.
8. Indien het monster van een paard dat deel uitmaakt van een team of van een span paarden, positief is bevonden, geldt het in lid 7 bepaalde ook ten aanzien van de andere paarden die van het team of het span deel ¬uit maakten.
9. Het niet voldoen aan een opgelegde straf levert een zelfstandige overtreding op, welke kan worden bestraft met één of meer in lid 7 vermelde straffen.
10. Een uitspraak van de tuchtcommissie – of na de behandeling van een beroep – van de commissie van beroep naar aanleiding van een overtreding van dit reglement wordt – in afwijking van het bepaalde in het Tuchtreglement - met vermelding van de naam van het paard en van de eigenaar gepubliceerd in de officieel mededelingen van het KFPS. De directie is belast met deze publicatie.

 

Artikel 12 – Aansprakelijkheid
1. Het KFPS is niet aansprakelijk voor enige door een lid of een andere derde geleden schade als gevolg van een dopingcontrole, de bekendmaking van een uitslag en voor de gevolgen van een opgelegde straf.
2. Het KFPS is niet aansprakelijk voor het handelen of nalaten van bij de dopingcontrole betrokken leden van het KFPS of van derden, al dan niet in opdracht van het KFPS werkzaam, behoudens in geval van opzet of schuld van het KFPS of van een in haar opdracht werkzaam lid of functionaris.