KFPS Royal Friesian

Artikel 1 Fokprogramma De hengstenkeuring maakt onderdeel uit van het fokprogramma van het KFPS. Tijdens de hengstenkeuring vinden de bezichtigingen van veulenboekhengsten plaats, op basis waarvan deze hengsten aangewezen kunnen worden voor het Centraal Onderzoek. In het selectietraject worden de hengsten getoetst aan minimumeisen van meetbare en niet-meetbare kenmerken. Aan het eind van het selectietraject, na het Centraal Onderzoek, wordt op basis van alle verzamelde informatie/beoordeling besloten of een hengst wordt ingeschreven in het stamboekregister. De selectiecriteria zijn afstamming, mate van verwantschap met de populatie; exterieur; beweging; sportaanleg; kwaliteit beenwerk obv een röntgenologische beoordeling; spermakwaliteit en diverse veterinaire aspecten. De Hengstenkeuringsjury adviseert het Algemeen Bestuur over inschrijving van hengsten in het stamboekregister (Art.108 huishoudelijk reglement).
Tijdens de hengstenkeuring vindt tevens de keuring plaats van hengsten, geregistreerd in het stamboekregister.

Artikel 2 Jury
De beoordeling van de hengsten voor inschrijving in het stamboekregister wordt uitgevoerd door de door de ledenraad, op voordracht van het bestuur, benoemde hengstenkeuringsjury. De hengstenkeuringsjury adviseert het algemeen bestuur over het inschrijven van hengsten in het stamboekregister.
Veulenboekhengsten die voor een herkeuring worden aangeboden, worden beoordeeld door een door de ledenraad benoemde herkeuringsjury
De beoordeling van de hengsten geregistreerd in het stamboekregister geschiedt door een hiervoor door het algemeen bestuur benoemde jury, bestaande uit leden van de KFPS-inspectie eventueel aangevuld met KFPS-juryleden. Bij belet van een jurylid voorziet het bestuur in een vervanger.

Artikel 3 Vraagprogramma
A. Alle 4- t/m 12-jarige in het stamboekregister van het KFPS opgenomen stamboek-
hengsten.
B. Alle 13-jarige en oudere in het stamboekregister van het KFPS opgenomen hengsten.
C. Alle veulenboekhengsten die minimaal vóór 1 juli van het jaar waarin de eerste bezichtiging valt twee jaar oud zijn geworden. Hengsten die deel hebben genomen aan het centraal onderzoek, kunnen niet aangemeld worden voor de eerste bezichtiging die in het zelfde kalenderjaar plaatsvindt.

Artikel 4 Aanmelding
Aangifte voor de hengstenkeuring kan uitsluitend plaatsvinden middels het aanmeldingsformulier dat in Phryso wordt weergegeven. Voor aan te melden Veulenboekhengsten dient tevens het stamboekcertificaat naar het KFPS opgestuurd worden. Voor alle aan te geven hengsten moet een geldig bewijs van enting tegen influenza worden meegestuurd.
De hengsten dienen voor de sluitingsdatum, welke tijdig in Phryso zal worden gepubliceerd, aangemeld worden. Te laat aangemelde hengsten worden niet geaccepteerd.

Artikel 5 Vaccinatie
Bij de aangifte moeten tegelijk worden ingezonden het bewijs van inschrijving in het veulenboek en het bewijs van inenting tegen influenza. De aangegeven hengsten moeten van een tongnummer dan wel een microtransponder zijn voorzien. Dit nummer moet eveneens op het veulenboek/stamboek¬bewijs vermeld staan. Van de reeds in het stamboek ingeschreven hengsten behoeft het stamboekbewijs niet te worden ingezonden. Het dient op de dag van keuring worden getoond.
De vaccinatie is uitsluitend geldig, indien kan worden vastgesteld dat het behoort bij het paard waarmee aan de keuring deelgenomen wordt en waaruit blijkt, dat het betreffende paard als volgt tegen influenza is gevacci¬neerd:
1. Een basisvaccinatie, bestaande uit twee inentingen, waarbij de tweede inenting minimaal 3 en maximaal 13 weken na de eerste moet zijn gegeven;
2. Vervolgens een jaarlijkse inenting, die niet later dan maximaal 12 maanden na de vorige inenting mag zijn toegediend.
Eén en ander dient te zijn bekrachtigd door de handtekening/paraaf en het stempel van de dierenarts die de vaccinatie heeft toegediend. Van de reeds goedgekeurde hengsten mag het bewijs van inenting met de aangifte worden ingestuurd, het mag echter ook op de keuring worden getoond.
Hengsten die niet of onvoldoende zijn ingeënt worden niet toegelaten tot de keuring.

Artikel 6 Hoefbeslag
De hengsten mogen rondom beslagen worden voorgebracht in alle keuringsronden zolang het beslag aan de volgende eisen voldoet: standaard beslag, maximale dikte 8 mm en maximale breedte 25 mm. Aan het beslag mogen geen wiggen, zolen of andere voorzieningen aangebracht zijn. De hengstenkeuringscommissie kan bij niet toegestaan beslag de toelating tot een volgende keuringsronde weigeren.

Artikel 7 Onderzoek ongeoorloofde middelen
Hengsten die deelnemen aan de hengstenkeuring moeten vrij zijn van ongeoorloofde middelen. Voor de hengstenkeuring is het KFPS-hippisch dopingreglement van kracht.

Artikel 8 Beoordeling van in het stamboekregister ingeschreven hengsten
8.1 eisen voor deelname
In het stamboekregister ingeschreven hengsten kunnen deelnemen aan de hengstenkeuring als
- de hengst voor het kalenderjaar waarin de hengstenkeuring plaats heeft, een dekvergunning hebben. Hengsten die op ‘wacht’ zijn geplaatst kunnen niet deelnemen aan de hengstenkeuring.
- de hengst dient te hebben voldaan aan het reglement Jonge Hengsten Competitie om deel te kunnen nemen aan de hengstenkeuring. Dit is alleen van toepassing voor hengsten die nog niet zijn goedgekeurd op basis van nakomelingen.
8.2 keuring
Stamboekhengsten tot en met een leeftijd van 15 jaar zijn verplicht deel te nemen aan de hengstenkeuring. Hengsten die 16 jaar of ouder zijn hebben de keuze de hengst te laten keuren tijdens de hengstenkeuring of later elders (aan huis).
Hengsten tot en met 12 jaar worden in hun rubriek op volgorde van kwaliteit van exterieur en beweging geplaatst. Per rubriek wijst de jury de beste hengsten aan voor de kampioenskeuring. Tijdens de kampioenskeuring wordt een kampioen en een reservekampioen aangewezen.

Artikel 9 Beoordeling Veulenboekhengsten
De beoordeling van Veulenboekhengsten voor aanwijzing vindt plaats middels een eerste, tweede en derde bezichtiging. De hengstenkeuringsjury bepaalt welke hengsten per bezichtiging worden doorverwezen en uiteindelijk welke hengsten worden aangewezen voor het Centraal Onderzoek.

Artikel 10 Vaststelling stokmaat
De hengsten worden tijdens de eerste bezichtiging gemeten. Deze meting is bepalend voor of een hengst ster kan worden verklaard, maar is niet bepalend voor een doorverwijzing naar de tweede bezichtiging. Tijdens de tweede bezichtiging worden de hengsten opnieuw gemeten.

Artikel 11 Veterinair onderzoek
Tijdens de eerste bezichtiging worden alle hengsten die worden aangewezen voor de tweede bezichtiging, klinisch onderzocht. Op basis van het klinisch onderzoek kan de hengstenkeuringsjury besluiten een aanwijzing voor de tweede bezichtiging in te trekken. De eigenaar wordt hier binnen 3 werkdagen na de keuring over geïnformeerd.
Tijdens de tweede bezichtiging worden alle hengsten, die worden aangewezen voor de derde bezichtiging, klinisch onderzocht. De veterinaire keuring wordt verricht door een daarvoor door het algemeen bestuur benoemde dierenarts(en). De informatie verkregen door de veterinaire onderzoeken en de advisering aan de hengstenkeuringsjury hieromtrent van de dierenartsen maakt deel uit van de besluitvorming omtrent de aanwijzing voor het Centraal Onderzoek.

Artikel 12 Na- en herkeuring
Zowel na de eerste bezichtiging als na de tweede- en derde bezichtiging vindt een na- en herkeuring plaats.
Een hengst kan slechts aan de nakeuring deelnemen om veterinaire redenen. Hiervoor dient tevens een veterinaire verklaring voorgelegd worden.
Aanmelding voor een herkeuring dient uiterlijk een week na de oorspronkelijke keuring bij het KFPS binnengekomen te zijn. Paarden die te laat worden aangemeld worden niet gekeurd.
De herkeuring wordt uitgevoerd door de herkeuringsjury.
Paarden die door de herkeuringsjury tijdens de herkeuring van de eerste bezichtiging aangewezen worden naar de tweede bezichtiging, worden tijdens de tweede en volgende bezichtiging beoordeeld door de hengstenkeuringsjury. Hengsten die bij de herkeuring van de tweede- en derde bezichtiging worden aangewezen voor het Centraal Onderzoek worden tijdens het Centraal Onderzoek beoordeeld door de hengstenkeuringsjury. De hengstenkeuringssjury adviseert over deze hengsten het algemeen bestuur over inschrijving in het stamboekregister.
Hengsten die tijdens de derde bezichtiging door de hengstenkeuringsjury niet worden aangewezen voor het Centraal Onderzoek en aangemeld worden voor de herkeuring, beginnen de beoordeling van de herkeuring bij de tweede bezichtiging.

Artikel 13 Rapportage
Alle tijdens de eerste bezichtiging gekeurde hengsten worden lineair gescoord. Het lineair scoreformulier wordt zo spoedig mogelijk naar de eigenaar gestuurd en dient als rapportage van de jury. Op verzoek van de eigenaar van een hengst kan de jury een aanvullende rapportage samenstellen voor hengsten die tijdens de tweede en derde bezichtiging zijn afgevallen. Het verzoek hiertoe bij het KFPS dient binnen drie werkdagen na de tweede bezichtiging bij het KFPS aanwezig te zijn.

Artikel 14 Toegestane aftekeningen
De reglementair toegestane (witte) aftekeningen zijn voor hengsten die in aanmerking komen voor inschrijving in het stamboekregister, zeer ongewenst. Naast toegestane aftekeningen aan het hoofd, worden de hengsten tijdens de klinische keuring van de eerste bezichtiging eveneens gecontroleerd op witte aftekeningen in de zool van de hoef. Het aanwezig zijn van witte aftekeningen in de zool kan reden zijn om een aanwijzing van een hengst voor de tweede bezichtiging in te trekken. De eigenaar wordt hierover binnen drie werkdagen geïnformeerd.
In uitzonderlijke gevallen (extreme kwaliteit mbt de selectiecriteria) kan een hengst met een toegestane aftekening toegelaten worden voor de tweede bezichtiging. Mocht een dergelijke hengst uiteindelijk worden ingeschreven in het stamboekregister, wordt melding gemaakt van de aftekening in het beoordelingsrapport.
Aftekeningen aan het geslachtsapparaat worden minder zwaar aangerekend.

Artikel 15 Extern Onderzoek
Bestaat er bij de jury de twijfel over het aanwezig zijn van een bepaalde afwijking waarvan ter plaatse minder goed een juist oordeel kan worden gevormd, dan houdt de jury de beslis¬sing aan zich en wordt de hengst voor een nader onderzoek verwezen naar de Faculteit voor Diergeneeskun¬de te Utrecht. Dit onderzoek zal binnen 14 dagen na de keuring moeten plaats-vinden. Wordt daar het vermoeden van de jury bevestigd, dan wordt de hengst als afgekeurd c.q. niet aangewezen voor het Centraal Onderzoek beschouwd en zijn alle kosten van dit onderzoek voor de eige¬naar van de hengst.

Artikel 16 Sterverklaring
Alle hengsten die aangewezen worden voor de tweede bezichtiging en een stokmaat van minimaal 1.58 cm hebben, verkrijgen het sterpredikaat.

Artikel 17 Röntgenologisch onderzoek
17.1 Beoordelingscriteria
Voor deelname aan de tweede bezichtiging dienen de hengsten te voldoen aan de gestelde normen voor het röntgenologisch onderzoek. Bij de beoordeling van het Röntgenologisch onderzoek wordt, bij wijze van overgangsregeling, onderscheid gemaakt tussen hengsten geboren vanaf geboortejaar 2007 en hengsten die eerder geboren zijn. De normen zijn:

Hengsten geboren vóór het jaar 2007:
straalbeen
klasse 0-1-2 (acceptabel)
Sesambeentjes
geen selectie
Kogelartrose
klasse 0-1-2-3 (acceptabel)
Spat
klasse 0-1-2 (acceptabel)
osteochondrose sprong
Negatief
osteochondrose knie
Negatief

Hengsten geboren vanaf het jaar 2007:
straalbeen
klasse 0-1-2 (acceptabel)
Sesambeentjes
geen selectie
Kogelartrose
klasse 0-1-2-3 (acceptabel)
Spat
klasse 0-1-2 (acceptabel)
osteochondrose sprong
Klasse A-B-C
osteochondrose knie
Klasse A-B-C
* de beoordelingsresultaten maken deel uit van de beoordelingcriteria de Hengstenkeuringsjury vanaf de tweede bezichtiging.

17.2 Nevenbevindingen
De tijdens het röntgenologisch onderzoek vastgestelde nevenbevinding, zoals verbening van het hoefkraakbeen, overhoef, processus extensorius, etc. worden bij de besluitvorming van de hengstenkeuringsjury in beschouwing genomen, maar vormen in principe geen belemmering voor deelname aan de tweede bezichtiging.
17.3 Opnames en beoordeling
Röntgenopnames kunnen alleen beoordeeld worden als deze gemaakt zijn bij door het KFPS goedgekeurde klinieken. Voor Nederland zijn dit de zogenaamde keuringsdierenartsen. Voor het buitenland gaat dit in overleg met het KFPS. Opnames moeten worden gemaakt volgens het daarvoor bestaande protocol. Een hengst dient minimaal 26 maanden oud te zijn voor het röntgenologisch onderzoek. Het verblijf op de kliniek op het moment van het maken van de opnames is voor risico van de eigenaar. De röntgenopnames worden beoordeeld door een door het KFPS benoemde commissie. De originele röntgenopnames blijven in eigendom van het KFPS tbv onderzoek. Heeft een hengst eenmaal aan de röntgenologische eisen voldaan, dan is dit resultaat ook voor eventuele toekomstige hengstenkeuringen van kracht, tenzij de eisen door het KFPS worden gewijzigd.Tegen de uitslag van het Röntgenologisch Onderzoek kan in beroep worden gegaan. Dit beroep dient te worden ingediend bij het KFPS, uiterlijk twee weken na de beoordelingsdatum. De herbeoordeling wordt gedaan door een herbeoordelingscommissie. De kosten van de herbeoordeling zijn voor rekening van de eigenaar. De beroepsmogelijkheid is tweeledig:
1. Herbeoordeling van bestaande opnames.
2. Eerste beoordeling van nieuwe opnames. De eerste set opnames is tevens onderdeel van de herbeoordeling.
De resultaten van het röntgenologisch onderzoek dienen op een daarvoor door het KFPS vastgestelde datum bekend te zijn bij het KFPS. Indien de resultaten niet op deze datum bij het KFPS bekend zijn, wordt de hengst uitgesloten voor deelname aan de tweede bezichtiging. De resultaten van het röntgenologisch onderzoek worden meegenomen in de rapportage na afloop van het Centraal onderzoek.

Artikel 18 Onderzoek spermakwaliteit
Voor deelname aan de tweede bezichtiging dient de spermakwaliteit van de hengst onderzocht te zijn en te voldoen aan de volgende normen:
hengsten die in het kalenderjaar van de tweede bezichtiging 3 jaar oud worden:
600 x 106 TNB, morphologie: minimaal 50.0%, motiliteit: minimaal 50%

of
800 x 106 TNB, morphologie: minimaal 45.0%, motiliteit: minimaal 50%

hengsten die in het kalenderjaar van de tweede bezichtiging 4 jaar oud of ouder worden:
1000 x 106 TNB, morphologie: minimaal 50.0%, motiliteit: minimaal 50%
of
1200 x 106 TNB, morphologie: minimaal 45.0%, motiliteit: minimaal 50%

Hengsten met een incorrect geslachtsapparaat worden uitgesloten voor de tweede bezichtiging.

Uitslagen van het spermaonderzoek worden alleen beoordeeld als het onderzoek heeft plaatsgevonden op een daarvoor door het KFPS aangewezen instantie.

Te onder­zoeken hengsten mogen niet op hoefbeslag staan. Het risico gedurende het verblijf, het dekken en het vervoer is voor de eigenaar. De eige­naar dient het stamboekcertificaat van de hengst mee te nemen en te tonen. Het resultaat van het spermaonderzoek wordt bepaald obv twee dekkingen met een interval van ongeveer een uur.

Een spermaonderzoek is slechts geldig als het onderzoek heeft plaatsgevonden maximaal 12 maanden voorafgaand aan de tweede bezichtiging. Voor hengsten die eerder hebben deel-genomen aan de tweede bezichtiging dient derhalve opnieuw een spermaonderzoek plaats te vinden.

Hengsten waarvan in het buitenland een spermaonderzoek is uitgevoerd en zijn aangewezen worden voor het Centraal onderzoek, dienen een herhaald onderzoek te doen in Nederland, alvorens aan het Centraal onderzoek kan worden deelgenomen.

De resultaten van het spermaonderzoek worden beoordeeld door een daarvoor door het algemeen bestuur van het KFPS benoemde commissie. Deze kan adviseren om het onderzoek te herhalen

De resultaten van het spermaonderzoek dienen op een daarvoor door het KFPS vastgestelde datum bekend te zijn bij het KFPS. Indien de resultaten niet op deze datum bij het KFPS bekend zijn, wordt de hengst uitgesloten voor deelname aan de tweede bezichtiging.

Artikel 19 DNA-testen
19.1 Algemeen
In de selectie van jonge hengsten gaan zogenaamde DNA-testen voor ongewenste eigenschappen een grotere rol. Op het moment dat DNA-testen beschikbaar zullen komen, dienen hengsten voorafgaand aan de tweede bezichtiging onderzocht te zijn. De uitkomst van het onderzoek zal deel uitmaken van de selectiecriteria vanaf de tweede bezichtiging, maar zijn geen aanleiding om een hengst bij voorbaat voor deelname aan het Centraal onderzoek uit te sluiten.

19.2 Vosfactor, dwerg en waterhoofd
De DNA-testen voor vosfactor, dwerg en waterhoofd vinden plaats tussen de aanwijzing voor het Centraal onderzoek en de start van het Centraal onderzoek. Dragers van de vosfactor (geboren vanaf het jaar 2007), dwerg of waterhoofd worden niet bij voorbaat uitgesloten voor deelname aan het Centraal Onderzoek. Het dragerschap wordt wel in de eindbeoordeling tijdens het Centraal onderzoek meegenomen. Hengsten geboren vóór 2007 dienen negatief getest te zijn voor de vosfactor, om deel te kunnen nemen aan het Centraal onderzoek.

Artikel 20 Eerste bezichtiging
De hengsten worden tijdens de eerste bezichtiging met name beoordeeld op exterieur (rastype, bouw en beenwerk) en beweging (drie basisgangen). De norm voor aanwijzing voor de tweede bezichtiging is globaal gezien de norm welke wordt gehanteerd voor het sterpredikaat.
De beoordeling tijdens de eerste bezichtiging bestaat uit een presentatie op de straat (aan de hand), een presentatie in de kooi (vrij bewegen) en voor oudere hengsten een presentatie onder het zadel of een presentatie aangespannen. Op de straat worden de hengsten beoordeeld voor exterieur en de stap en draf . Alleen paarden met een correct exterieur en correcte beweging worden doorverwezen naar de kooi.
In de kooi worden met name de draf en de galop beoordeeld. Na de individuele presentatie van de hengsten, wordt tijdens het rondstappen van de groep door de jury bekend gemaakt welke hengsten worden aangewezen naar de tweede bezichtiging. Voor oudere hengsten wordt bekend gemaakt of ze worden aangewezen voor een presentatie onder het zadel of aangespannen.
Voor hengsten die in het kalenderjaar van de eerste bezichtiging 4 jaar oud zijn geworden, maakt een presentatie onder het zadel of aangespannen deel uit van de eerste bezichtiging. Bij deze presentatie gaat het om de beoordeling van de drie basisgangen. Na deze presentatie wordt bepaald of de hengst wordt aangewezen voor de tweede bezichtiging.
De hengsten die worden aangewezen voor de tweede bezichtiging worden ter plaatse veterinair gekeurd.
Tijdens de eerste bezichtiging wordt de hengst lineair gescoord.

Artikel 21 Tweede bezichtiging
Hengsten kunnen alleen deelnemen aan de tweede bezichtiging als ze daarvoor zijn aangewezen door de hengstenkeuringsjury/herkeuringsjury. De hengsten moeten hebben voldaan aan de gestelde normen voor het röntgenologisch onderzoek en aan de normen voor het onderzoek spermakwaliteit.
De tweede bezichtiging bestaat uit een beoordeling van een presentatie in de kooi (vrij bewegen). De nadruk ligt op de beoordeling van de draf en de galop.
De hengstenkeuringsjury/herkeuringsjury bepaalt of een hengst wordt aangewezen voor de derde bezichtiging op basis van de volgende beoordelingen en criteria
1. Beoordeling tijdens de eerste bezichtiging (inclusief veterinair onderzoek)
2. Exterieur en basisgangen tijdens de tweede bezichtiging
3. Afstamming (fokwaarde en mate van verwantschap)
4. Stokmaat (minimaal 1.58 cm voor driejarige hengsten en minimaal 1.60 cm voor vierjarige en oudere hengsten.
5. Resultaten Röntgenologisch onderzoek.
6. Resultaten DNA-onderzoek
De hengsten die worden aangewezen voor de derde bezichtiging worden veterinair gekeurd.

Artikel 22 Derde bezichtiging
Hengsten kunnen alleen deelnemen aan de derde bezichtiging als ze daarvoor zijn aangewezen door de hengstenkeuringsjury/herkeuringsjury.
De derde bezichtiging bestaat uit een beoordeling van een presentatie aan de hand. De hengsten tonen de stap en draf in een driehoeksbaan.
De hengstenkeuringsjury/herkeuringsjury bepaalt of een hengst wordt aangewezen voor het Centraal Onderzoek op basis van de volgende beoordelingen en criteria:
1. Beoordeling tijdens de eerste- en tweede bezichtiging (inclusief veterinair onderzoek)
2. Exterieur en basisgangen tijdens de derde bezichtiging
3. Afstamming (fokwaarde en mate van verwantschap)
4. Resultaten Röntgenologisch onderzoek.
5. Resultaten DNA-onderzoek

Artikel 23 Aanwijzing en voorwaarde voor deelname aan het Centraal Onderzoek
Tijdens de derde bezichtiging worden de hengsten aangewezen voor het Centraal onderzoek. Om deel te nemen aan het Centraal onderzoek moet, middels een DNA-onderzoek, de afstamming van de hengst geverifieerd zijn. In het geval de afstamming niet juist is vervalt de aanwijzing, tenzij de hengstenkeuringsjury de aanwijzing handhaaft.

Artikel 24 Beoordeling hengstenmoeders
Van de hengsten die zijn aangewezen voor het Centraal Onderzoek worden de moeders en eventuele andere familieleden beoordeeld door de KFPS-inspectie. De bevindingen worden meegewogen in de besluitvorming over het wel of niet inschrijven van een hengst in het stamboekregister, na afloop van het Centraal onderzoek.
De regelgeving tav het centraal onderzoek is weergegeven in de Voorwaarden Centraal Onderzoek.

Artikel 25 Herkansing
Voor hengsten die hebben deelgenomen aan de eerste bezichtiging, maar niet zijn aangewezen voor het Centraal Onderzoek wordt een herkansing geboden. De herkansing bestaat uit een presentatie onder het zadel of aangespannen, een beoordeling van het exterieur aan de hand en een veterinaire keuring. Op basis van de herkansing kunnen hengsten door de hengstenkeuringsjury worden aangewezen voor het Centraal Onderzoek. Voor aanwijzing voor het Centraal Onderzoek worden bij de herkansing dezelfde criteria gehanteerd als weergegeven in Artikel 1. In de presentatie onder het zadel of aangespannen worden de basisgangen beoordeeld, welke op beide handen getoond worden op instructie van de jury. Op basis van de presentatie onder het zadel of aangespannen, besluit de jury of de hengst doorgaat naar de exterieurkeuring en op basis van de exterieurkeuring wordt besloten of de hengst wordt aangewezen voor de veterinaire keuring en op basis hiervan voor het Centraal Onderzoek. Voor deelname aan de herkansing dient een hengst voldaan te hebben aan de eisen tav het röntgenologisch onderzoek (artikel 17) en het spermaonderzoek (artikel 18). Hengsten die via de herkansing worden aangewezen voor het Centraal onderzoek, dienen deel te nemen aan de instructiedagen, welke voorafgaand aan het CO worden gehouden. De herkansing vindt ongeveer drie maanden voorafgaand aan het Centraal onderzoek plaats. Tevens fungeren de eerste twee ABFP-testen in het kalenderjaar als herkansing. Voor deelnemers aan deze ABFP-testen, zijn geen eisen gesteld ten aanzien van röntgen- en spermaonderzoek. Deze hengsten dienen voor de eerste instructiedag aan de eisen voor spermakwaliteit en röntgenologisch onderzoek hebben voldaan. 

Artikel 26 Centraal Onderzoek
Het Centraal Onderzoek heeft als doel de aanleg van een hengst als rijpaard, menpaard en tuigpaard vast te stellen alsmede informatie te verzamelen aangaande gezondheid, karakter en stalgedrag. Het Centraal Onderzoek duurt 10 weken en staat open voor hengsten met een maximale leeftijd van 6 jaar. Deelname aan het Centraal Onderzoek geschiedt op aanwijzing van de Hengstenkeuringsjury. De Hengstenkeuringsjury is verantwoordelijk voor de beoordeling en rapportage tav de verrichtingen van de hengsten. De Hengstenkeuringsjury wordt tijdens het Centraal Onderzoek geadviseerd door twee, door het bestuur benoemde, leden van de verrichtingsjury. Hengsten kunnen alleen deelnemen aan het Centraal Onderzoek als ze daartoe zijn aangewezen door de hengstenkeuringsjury en hebben deelgenomen aan de door het KFPS georganiseerde voorbereiding.

 

Artikel 27 Bepalingen goedgekeurde hengsten
Voor hengsten die ingeschreven zijn in het stamboekregister geldt, dat ze zes seizoenen mogen dekken. Voor behoud van de deklicentie dient een hengst aan het einde van het zesde dekseizoen het nakomelingenonderzoek te hebben afgerond, overeenkomstig het reglement nakomelingenonderzoek.
Tot en met het zesde dekseizoen geldt een deklimiet van 180 merries per jaar. Dekkingen met gebruik van diepvriessperma in landen buiten de EU, maken geen deel uit van de deklimitering. De sanctie voor dekoverschrijding is vastgesteld op 2000 euro per te veel gedekte merrie.

 

Versie april 2016