KFPS Royal Friesian

1 Algemeen

De Koninklijke Vereniging ‘Het Friesch Paarden-Stamboek’ kent in het kader van haar fokprogramma een reglement voor het nakomelingenonderzoek van stamboekhengsten. Op basis van het nakomelingenonderzoek wordt de fokkerijstatus van een stamboekhengst bepaald. Het nakomelingenonderzoek wordt, na afloop van het keuringsseizoen, beoordeeld door de inspectie van het KFPS op basis van der verzamelde informatie. De inspectie formuleert een advies aan het Algemeen Bestuur van het KFPS. Het Algemeen Bestuur neemt op basis van dit advies een besluit. De eigenaar van de stamboekhengst of een eventuele koper is verantwoordelijk voor de uitvoering van het nakomelingenonderzoek en de daarbij behorende kosten. In het geval dit reglement niet voorziet in een bepaalde situatie, beslist het Algemeen Bestuur van het KFPS.

 

2 Evaluatiemomenten
2.1 Algemeen
Het nakomelingenonderzoek kent vier vaste evaluatiemomenten waarop besloten kan worden om een hengst af te keuren, op wacht te zetten, een dekbeperking op te leggen of goed te keuren. De inspectie kan ook, indien ze dit nodig acht, op andere tijdstippen een voorstel aangaande een hengst bij het Algemeen Bestuur indienen. De vier vaste evaluatiemomenten zijn:
1  Na het tweede dekseizoen van de hengst, op basis van de beoordeling van de eerste jaargang veulens (§2.2). Op basis van deze beoordeling kan de hengst worden afgekeurd, op wacht worden geplaatst of een dekbeperking opgelegd krijgen.
2  Na het zesde dekseizoen, op basis van de beoordeling van de eerste twee jaargangen drie- en vierjarige nakomelingen (§2.3). Op basis van deze beoordeling kan de hengst afgekeurd worden, op wacht worden geplaatst of (voorlopig) worden goedgekeurd.
3  Na het achtste dekseizoen, op basis van de beoordeling van een groter aantal driejarige en oudere nakomelingen (§2.3). Op basis van deze beoordeling kan een hengst niet worden afgekeurd. Wel vindt er een rapportage van de KFPS-inspectie plaats, welke gepubliceerd zal worden.
4  Na het elfde dekseizoen, op basis van de beoordeling als bij punt 3, met daaraan toegevoegd de resultaten van de nakomelingen in de wedstrijdsport (§2.3). Op basis van deze beoordeling kan een hengst niet worden afgekeurd. Wel vindt er een rapportage van de KFPS-inspectie plaats, welke gepubliceerd zal worden.

2.2 Evaluatie van veulens
De beoordeling van de veulens vindt plaats aan de hand van de volgende criteria:
1 exterieur/ontwikkeling;
2 beweging;
3 aftekeningen;
4 erfelijke afwijkingen.
De bevindingen worden na het tweede dekseizoen door de inspectie weergegeven in een veulenrapportage.

2.3 Evaluatie van driejarige en oudere paarden
2.3.1 Algemeen
Driejarige en oudere nakomelingen van een hengst worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1 exterieur;
2 sportaanleg;
3 erfelijke afwijkingen;
4 bijdrage tot bloedspreiding.

Het nakomelingenonderzoek bestaat uit:
A exterieurbeoordeling van minimaal 40 nakomelingen
B verrichtingsonderzoek (ABFP) van minimaal 20 nakomelingen

2.3.2 Exterieur van de nakomelingen
Om de exterieurvererving van een hengst te bepalen moeten minimaal 40 paarden gekeurd zijn. Alle gekeurde driejarige en oudere nakomelingen (hengsten, ruinen en merries) worden in de beoordeling van de exterieurvererving van een hengst meegenomen. Dit geldt ook voor paarden die niet officieel aan een keuring hebben deelgenomen, maar wel deel uitgemaakt hebben van het verrichtingsonderzoek en als zodanig wel zijn beoordeeld door de inspectie (lineair scoren). De exterieurvererving wordt weergegeven in de vorm van geschatte fokwaarden voor lineaire- en waarderende exterieurkenmerken. Deze fokwaarden zijn gebaseerd op de lineaire score gegevens zoals die bij de exterieurkeuring worden vastgelegd. Bij de fokwaardeschatting wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de merries die de hengst heeft gedekt. In de beoordeling van de exterieurvererving van een hengst worden verder ongecorrigeerde keuringsresultaten van de nakomelingen meegenomen.

2.3.3 Sportaanleg van de nakomelingen
Voor de schatting van de sportaanleg van de nakomelingen van een hengst worden de volgende gegevens gebruikt: ABFP, IBOP en sportresultaten gebaseerd op bij het KNHS geregistreerde wedstrijden. Deze inschatting wordt onder meer weergegeven in een fokwaarde voor sportaanleg. Deze fokwaarde is in eerste instantie gebaseerd op de gegevens van de nakomelingen in de ABFP-test.

2.3.4 Verrichtingsonderzoek van de nakomelingen (ABFP)
Het verrichtingsonderzoek bestaat uit een ABFP-test van minimaal 20 nakomelingen. Het KFPS prikt 20 nakomelingen, bij voorkeur driejarige nakomelingen uit de tweede jaargang nakomelingen, welke bij voorkeur zijn aangemeld voor een exterieurkeuring. De nakomelingen zullen bij voorkeur geprikt worden uit paarden welke zich in Nederland bevinden. Het prikken van de paarden vindt drie weken voorafgaand aan de exterieurkeuring plaats. De eigenaar van het geprikte paard kan vooraf aangeven of deze het te prikken paard beschikbaar stelt voor het nakomelingenonderzoek. De eigenaar is verantwoordelijk voor de entingen, hoefbeslag en transport naar het testcentrum.

Per ABFP-test nemen bij voorkeur maximaal 5 nakomelingen van een hengst deel.

De ABFP-test duurt voor de paarden in het nakomelingenonderzoek 7-weken, inclusief 2 weken voorbereiding.
Meer gedetailleerde informatie is weergegeven in het reglement tbv ABFP.

 

3 Eindbeoordeling
De eindbeoordeling van de hengsten tijdens het vijfde en zesde dekseizoen vindt plaats na afloop van het keuringsseizoen. Een eindbeoordeling kan alleen plaatsvinden als het verrichtingsonderzoek van 20 nakomelingen is afgerond. De uitslag kan het volgende inhouden:
a. Goedgekeurd:  mogelijk vanaf 40 gekeurde nakomelingen en verrichtingsonderzoek afgerond. Aantal toegestane dekkingen: onbeperkt
b afgekeurd:   mogelijk vanaf 40 gekeurde nakomelingen. Aantal toegestane dekkingen: 0
c op wacht:  verervingsbeeld onvoldoende en aantal gekeurde nakomelingen is kleiner dan 40. Aantal toegestane dekkingen: 0
d voorlopig goedgekeurd: verervingsbeeld voldoende en aantal gekeurde nakomelingen kleiner dan 40 en verrichtingsonderzoek afgerond. Aantal toegestane dekkingen: voor het zesde dekseizoen een deklimiet van 180 dekkingen, daarna een deklimiet van minimaal 75 dekkingen en maximaal 180 dekkingen. Het aantal toegestane dekkingen is hiermee afhankelijk van de eindbeoordeling en het aantal gekeurde nakomelingen.

Tijdens de jaarlijkse eindbeoordelingen worden in ieder geval die hengsten beoordeeld, die in een van de categorieën vallen genoemd in §2.1. Dit betekent dat ook hengsten die in een eerder stadium van het nakomelingenonderzoek zijn afgekeurd, opnieuw beoordeeld worden. Alle hengsten die op wacht staan of voorlopig zijn goedgekeurd worden betrokken in de eindbeoordeling.

 

4 Kosten
De kosten van het nakomelingenonderzoek worden deels gedragen door de eigenaar van de hengst en deels door het KFPS. De kosten voor de eigenaar worden aan het begin van het jaar vastgesteld. De kosten voor entingen, hoefbeslag en verzekering van de nakomelingen in het verrichtingsonderzoek zijn voor rekening van de eigenaar van de nakomeling. Voor het overige zijn de eigenaren van de nakomeling van kosten voor het verrichtingsonderzoek vrijgesteld.

 

versie juli 2012